
Visserijwet 1963
Artikel 7
1
Het is verboden in een water, als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c , te vissen voor zover een ander rechthebbende is op het visrecht van dat water.
2
Het verbod van het eerste lid geldt niet:
a
voor hem, die voorzien is van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend;
b
voor hem, die de rechthebbende op het visrecht of de houder der schriftelijke toestemming behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend;
c
indien en voor zover het Rijk de rechthebbende op het visrecht is, behoudens in de gevallen bij algemene maatregel van bestuur bepaald;
d
voor hem, die vist met ten hoogste twee hengels.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN AE2678, Eerste aanleg - enkelvoudig, Awb 01/141, 01/159, 01/161, 01/167, 01/168, 01/169, 01/170, 01/171, 01/172, 01/173, 01/174,01/188...
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
31-07-2001
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank MiddelburgARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE MIDDELBURG ENKELVOUDIGE KAMER BESTUURSRECHT Reg.nrs.: Awb 01/141, 01/159, 01/161, 01/167, 01/168, 01/169, 01/170, 01/171, 01/172, 01/173, 01/174, 01/188, 01/189, 01/190, 01/191, 01/193. Uitspraak inzake: [eiser 1], wonende te [plaats 1] (01/141), Maatschap Gebr.[eiser 2], gevestigd te [plaats 2] ...